Ga naar de hoofdpagina Ga naar voettekst van de site

You are using an outdated browser. Please upgrade your browser to improve your experience.

Inflatiedoel 2%

9 maanden geleden

Niall McDonnell, Senior Investment Manager,

Niall McDonnell,

Senior Investment Manager, AXA IM Select

Inflatiedoel 2%

De centrale banken van de ontwikkelde economieën hebben de rente vorig jaar in een recordtempo opgetrokken. De renteverhogingen gingen in 2023 nog door, in een poging de buitensporige inflatie de kop in te drukken en de prijsstabiliteit te herstellen. Tijdens die renteverhogingscyclus raakten de markten gefixeerd op drie vragen: hoe snel, hoe hoog en hoelang? Het doel dat die centrale banken naar eigen zeggen voor ogen hebben, blijft echter om de uit de hand lopende inflatie terug te brengen naar het niveau van 2%. Maar waar komt dat uniforme doel vandaan? En welke schade kunnen hun ingrepen toebrengen aan economieën en aan de financiële markten?
De standaard

Het inflatiedoel is een centralebankbeleid waarbij de rente wordt gebruikt om de inflatie op of rond een bepaald streefcijfer te houden, dat doorgaans 2% bedraagt. In tegenstelling tot wat de markten misschien geloven, is dat streefcijfer niet in steen gebeiteld. Waar komt dat doel dan vandaan? Het was de Nieuw-Zeelandse centrale bank, die piepklein is in vergelijking met de machtige Amerikaanse Federal Reserve (Fed), die een goede dertig jaar geleden voor het eerst het doel van 'rond de 2%' vooropstelde, nadat ze tientallen jaren met een inflatie van meer dan 10% had gekampt. Sindsdien hebben veel centrale banken die 2% overgenomen en is dat het doel dat ze nastreven.

Waar is een inflatiedoel voor nodig?

De monetaire theorie suggereert dat, als de inflatie hardnekkig blijkt te zijn, de rente boven een niveau moet worden gezet dat als neutraal voor de economie wordt gezien, om de vraag in de kiem te smoren, aangezien het doorgaans de vraag is die de prijzen opdrijft. Voorbij dat punt beginnen consumenten de gevolgen te voelen en de vinger op de knip te houden, waardoor de vraag vanzelf daalt, tenzij de lonen natuurlijk even snel of nog sneller stijgen dan de prijzen. Een bijkomende bekommernis die de centrale banken sinds het einde van de pandemie hebben, is de krapte op de arbeidsmarkt. Door het werknemerstekort hebben werkgevers alles in het werk moeten stellen om hun vacatures ingevuld te krijgen, waardoor de lonen de pan uit zijn gerezen. Ondanks een agressieve reeks renteverhogingen zijn de centrale banken er voorlopig nog niet in geslaagd om die onevenwichtigheden onder controle te krijgen.  

Is dat te hoog of te laag?

Nog niet zo lang geleden probeerden de centrale banken de inflatie niet naar beneden te halen, maar deden ze zelfs hun best om ze omhoog te krijgen tot 2%. Na de wereldwijde financiële crisis, toen de kredietverstrekking door banken stagneerde en de kredietcrisis de vraag in de kiem smoorde, werd de inflatie effectief de kop ingedrukt. De centrale banken wilden toen in de eerste plaats de financiële voorwaarden versoepelen via een kwantitatieve versoepeling, om de vraag en de prijzen weer te doen aantrekken. De Japanse economie heeft bijna vier decennia met deflatie gekampt. Tijdens die periode had de Japanse centrale bank het moeilijk om de prijzen weer op te krikken naar hun eigen onhaalbare doel van 2%. Volgens de recentste cijfers schommelen de Japanse inflatie echter rond de 4%, waardoor de centrale bank overweegt om haar ultra-inschikkelijke monetaire beleid bij te stellen.

Een weinig subtiel instrument

Helaas is de theorie nog iets anders dan de praktijk en halen agressieve renteverhogingen de inflatie niet altijd snel naar beneden. Veel hangt af van de oorzaken van de inflatie en of de lonen eveneens uit de hand lopen. De stijgingen van de energie- en de voedselprijzen waren een gevolg van de invasie in Oekraïne vorig jaar. Die druk kwam bovenop de naweeën van de vele toeleveringsproblemen na de pandemie. Bovendien duurt het uiteraard ook enige tijd vooraleer een ingreep van de centrale bank een merkbaar effect heeft op de economie. Centrale banken lopen het risico de rente te ver of te snel te verhogen voor de inflatie weer in de richting van het doel begint te gaan, wat dan weer een kredietcrisis of zelfs een recessie kan veroorzaken.

Veranderend doel

Een recessie en alle problemen die die voor gezinnen en de economie met zich meebrengt, is een van de mogelijke offers die centrale banken afwegen in hun strijd tegen een buitensporige inflatie. Eén manier om het risico van een te krap beleid en een instorting van de economie te beperken, zou kunnen zijn om dat arbitraire inflatiedoel van 2% op te trekken naar misschien 3%. Uit onderzoek blijkt dat voor consumenten 2% en 3% als ongeveer gelijk worden beschouwd en dat het hogere streefcijfer hoogstwaarschijnlijk geen invloed zou hebben op de gezinsuitgaven. Centrale banken geeft het daarentegen wel meer armslag geven in hun rentebeslissingen.

Architas view

Onze visie

Na een trage start streefden de westerse centrale banken vorig jaar hun inflatiedoel van 2% na door de rentevoeten agressief te verhogen. Dat veroorzaakte een terugval op zowel de vastrentende als de aandelenmarkt, doordat obligatierentes opveerden van historische dieptepunten en de obligatiekoersen fors daalden. Of de westerse centrale banken, met de Fed op kop, dit jaar nu op een keerpunt komen wat de rente betreft of eerder langdurig op een plateau blijven: de huidige cyclus van stijgende rentetarieven nadert hoe dan ook zijn einde.

We zijn ons bewust van de interessante mogelijkheden die de vastrentende markten te bieden hebben. Het is moeilijk om niet enthousiast te worden over de vastrentende markten aan de huidige rentevoeten, aangezien hoogrentende obligaties een rente van bijna 8% opleveren en groeimarktobligaties in harde valuta op vergelijkbare niveaus zitten. Zulke rentevoeten hebben de obligatiemarkten eerder al jarenlange sterke rendementen opgeleverd.

Een evenwichtige obligatieportefeuille kan dit en volgend jaar rendementen in de hoge enkele cijfers opleveren. Zoiets kan perfect passen in de context van een portefeuille die verder nog gediversifieerd is over andere belangrijke vermogenscategorieën en kan beleggers helpen om volatiele markten veilig te doorstaan.

We gebruiken cookies op onze website om te zorgen voor een vlotte en gebruiksvriendelijke werking. 
Meer weten